Wat is agility ?


Agility of behendigheid is een discipline die ontstaan is in Engeland, tijdens de wereld beroemde hondenshow Cruft’s in 1978 te Londen.

Als hondenliefhebber en gerenommeerd paardenkenner, groeide bij John Varnley het idee om met honden iets te brengen dat kon vergeleken worden met de “ jumping “ in de paardensport. Hij riep daarbij de hulp in van zijn vriend Peter Meanwell, die samen met de leden van zijn hondenschool, toestellen bouwde en de honden erop trainde. Het programma sloeg in als een bom, en een nieuwe sport was geboren. Onder het impuls van Peter Luwis en John Gilbert werd er in 1980 een meer gevarieerd programma met wedstrijdvormen en reglementen gelanceerd.

In 1988 werd het eerste officieel agility reglement uitgegeven, en sindsdien is er in België en Nederland een groei van wedstrijden. In 1989 erkende de F.C.I. deze sport officieel en kwam er een internationaal geldend reglement dit echter alleen voor het vast parcours.

Op 15 mei 2000 werd het reglement aangepast voor de grote van de honden, er zijn nu 3 verschillende hoogten van honden, de Smal; kleiner dan 34.9 cm., de Medium; tussen35 cm. en 42.9 cm., en de Large groter dan 43 cm.. De aanpassing kwam er naar aanleiding van het W.K. waar er 3 verschillende groten zijn. In 2001 zijn er 2 officiële parcours, namelijk het vast parcours en de jumping ook dit naar aan leiding van het W.K. waar de jumping een officieel parcours is.

De honden moeten een parcours van een twintigtal toestellen foutloos en binnen een voorop gestelde tijd (standaard parcours tijd , STP) afleggen. Men komt vijf verschillende soorten toestellen tegen op een parcours:

    tunnels: zijn twee toestellen waar de honden door moeten lopen, de eerste tunnel is een flexibele buis die in een bocht kan gelegd worden. De tweede is de slappe tunnel, bestaat uit een onbuigzaam aanloopstuk, verlengd met een tunnel uit een slap materiaal.
    vertesprongen: zoals de naam het zegt zijn het twee toestellen waarbij de honden ver moeten springen, is een toestel dat samengesteld is uit 3 tot 5 achter elkaar opgestelde elementen.
    hoogtesprongen: zijn toestellen die de hond in de hoogte moet nemen, er zijn verschillende modellen; de muur, de horden, de borstelsprong, de hoepel, de tonnen en de wensput.
    raakvlakken: zoals de naam het zegt zijn het 3 toestellen waar aan het begin en het einde raakvlakken zijn, die de hond bij het op - en af lopen minstens met 1 poot moet aanraken, de toestellen zijn; de dakschutting, de hondenloop en de wip. De tafel is in principe geen raakvlak toestel, maar wordt er wel bij gerekend, de reden is dat er op het parcours geen rustplaatsen meer zijn.
    paaltjes: zijn 8, 10 of 12 paaltjes in een rechte lijn met een onderlinge afstand van 65 cm., die de hond in zigzagbeweging moet nemen. De hond begint altijd aan het eerst paaltje, aan de linkerkant.

Er bestaan al veel variaties op het vast parcours, die ook gelopen worden tijdens een wedstrijddag bv. ; gokkers, tijdgokkers, afvallig, twee in een vierkant, vier in een vierkant, open vast en - jumping, estafette, snooker.

Vroeger vond men alleen maar (afgedankte) honden uit het gehoorzaamheids-programma terug, die niet een volledig gehoorzaamheidsbrevet behaalde. Vanaf 15 augustus 1997 heeft agility haar eigen toelatingsbrevet, die op 15 mei 2001 aangepast werd.

Ondertussen is het uitgegroeid tot een zeer populaire sport . Het is geen zeldzaamheid dat er op een grote wedstrijd tussen de 250 en 300 honden deelnemen .

Veel mensen onderschatten hoe intensief deze sport wel is .

Vooraf moet je wel geslaagd zijn voor een korte gehoorzaamheidstest. Deze gaat telkens door op een instapdatum voor de agility-training.